Als je dit leest is de afspraak waarschijnlijk vandaag of gisteren geweest. Of je googelt het 's avonds laat, in bed, omdat het woord eenmaal gevallen toch is blijven hangen.
Parodontitis. Misschien met een stadium-aanduiding ernaast.
In mijn praktijk heb ik dit gesprek elke week, soms meerdere keren. En ik weet ongeveer welke twee vragen er nu in je hoofd zitten, want ze zijn bijna altijd dezelfde. Niemand stelt ze hardop in de behandelkamer. Iedereen stelt ze later thuis op Google.
Dit zijn ze. Eerlijk beantwoord, zoals ik ze ook in mijn stoel zou beantwoorden.
"Kan ik nog genezen worden?"
Het korte antwoord: nee. Parodontitis wordt niet genezen, maar gestabiliseerd.
Ik weet dat dat hard klinkt op de eerste dag. In de praktijk zit het iets genuanceerder.
De bacteriële ontsteking onder je tandvleesrand (de ontsteking die het kaakbot rond je tanden afbreekt) kan tot stilstand worden gebracht. De bloeding kan stoppen. Het tandvlees kan herstellen. Pockets kunnen kleiner worden. Wat niet terugkomt: kaakbot dat al is afgebroken. Dat blijft weg.
Wat dat in één zin betekent: alles wat je nu nog hebt, is te behouden. Vanaf vandaag is het verschil tussen "stoppen waar het is" en "verder verlies" een kwestie van wat je vanaf deze week doet.
"Is het omkeerbaar?"
Gedeeltelijk wel. En dat is waar ik mijn patiënten op de eerste dag het liefst aan vasthoud.
Ontstoken, bloedend tandvlees is omkeerbaar. Met de juiste zorg verdwijnt de ontsteking, heelt het weefsel terug naar gezond en kunnen pockets kleiner worden in de eerste maanden na het traject.
Wat niet omkeerbaar is: kaakbot dat al is afgebroken.
Dus de relevante vraag is niet "kan dit terug?" maar "wat is er nog niet verloren?". En hoe vroeger de diagnose, hoe groter dat deel.
De meeste mensen die ik vandaag de diagnose zie krijgen, zitten in stadium 1 of 2. Daar is de balans goed: er is genoeg over om te beschermen, en de ontsteking zelf (het deel dat bloedt en pijn doet) is precies het deel dat nog kan dalen.
Wat nu komt (wat het behandelplan inhoudt, wat het kost en wat je deze week thuis al kunt beginnen) is geen kleine zaak. Maar ook niet ondoorzichtig. Ik leg het in de volgorde uit waarin mijn patiënten het meestal van me krijgen.
Waar je nu staat: de vier stadia
Parodontitis wordt internationaal onderverdeeld in vier stadia, gedefinieerd door hoeveel kaakbot er rond een tand verloren is gegaan. Geen perfect systeem, maar het geeft een eerlijk beeld van waar je staat:
- Stadium 1: tot 15% kaakbotverlies. Bloeding bij sondering, kleine pockets. In mijn stoel het meest hoopvolle moment om de diagnose te krijgen. Er is bijna nog niets verloren.
- Stadium 2: 15 tot 33%. Diepere pockets, blijvend weefselverlies. Behandelbaar, maar wat er nu zit blijft.
- Stadium 3: 33 tot 50%. Significant kaakbotverlies, soms eerste tandmobiliteit, blootliggende worteltjes. Hier zien mensen vaak voor het eerst dat er iets niet klopt: een tand die scheef gaat staan, een molaar die anders aanvoelt.
- Stadium 4: meer dan 50%. Tanden komen los of zijn al uitgevallen. Vervanging via implantaten of prothese.
In mijn praktijk zie ik veel patiënten pas in stadium 3 voor het eerst gediagnosticeerd worden, vaak omdat er al duidelijke klachten zijn voordat ze terugkomen. Wie het in stadium 1 of 2 hoort, hoort het op een gunstig moment. Dat klinkt vreemd (een diagnose is een diagnose), maar in de praktijk is het verschil tussen vroeg en laat groot.
Het behandelpad: wat ik in de stoel doe
Het standaard parodontitis-traject heet het begintraject. Vier sessies van een uur, verspreid over drie maanden. Elke sessie is een diepe reiniging onder de tandvleesrand (scaling en rootplaning) door mij of een parodontoloog.
Eerlijk: het is geen prettig traject. Ik werk vaak onder verdoving omdat het anders te gevoelig is. De meeste patiënten beschrijven achteraf gevoelige plekken, lichte zwelling en een paar dagen blauwe plekken in het tandvlees. De eerste week doet het meer pijn dan ze hadden verwacht. Daarna zakt het weg.
Wat ik wel kan zeggen: het werkt. Bij de evaluatie na sessie vier zien we meestal duidelijk minder pockets, minder bloeding en gezonder tandvlees aan de buitenkant. Niet alle pockets, niet bij iedereen, maar genoeg om het traject de moeite waard te maken.
Wat het kost
Een volledig begintraject komt in de praktijk uit op ongeveer €1.600 (Independer.nl, 2026 + KNMT-tarieven). Daarna is er nazorg (om de drie maanden, levenslang) voor €115 tot €200 per consult.
- Begintraject: ongeveer €1.600
- Nazorg per kwartaal: €115–€200 per consult
- Implantaat (als een tand uiteindelijk niet meer te redden is): ongeveer €2.100 per element
- KNMT-voorbeeld Max in zijn duurste jaar: €3.461,97
Tandheelkundige zorg voor volwassenen valt vrijwel volledig buiten de basisverzekering. Een aanvullende verzekering vergoedt meestal €250 tot €1.500 per jaar. Daar koop je hooguit één traject mee. De rest betaal je zelf. Dat is de eerlijke som die ik aan mijn patiënten meegeef voordat ze het zelf opzoeken.
"Het verloren steunweefsel herstelt helaas niet of nauwelijks."
— Mondzorg Minke
Daarom maakt vroeg ingrijpen het verschil. De periode waarin de ontsteking nog kan dalen en het weefsel nog kan herstellen, blijft niet eeuwig open.
Wat je tussen die behandelafspraken thuis doet, bepaalt vaak of het traject op de lange termijn houdt. Daar wil ik in de volgende sectie eerlijk over zijn. Dat is precies waar ik patiënten zie afhaken.
Wat 200 patiënten thuis deden, naast hun behandeling
Ik laat de meeste mensen in mijn stoel weten dat het traject hier maar de helft is van het werk. De andere helft is wat je thuis doet, tussen de afspraken in. Dat is niet flossen "een beetje vaker." In de praktijk zie ik flossen op week drie weer in de la liggen, en wie het wél volhoudt komt nog steeds niet tot onder de tandvleesrand, waar de bacteriën zitten.
In januari 2026 verscheen de grootste Europese parodontitis-studie tot nu toe (HOPE-CP, n=200) in de Journal of Periodontology. De studie testte één concrete aanvulling op standaard parodontale zorg: een Fins medisch hulpmiddel dat patiënten thuis kunnen gebruiken naast hun gewone afspraken. CE-gemarkeerd Klasse IIa, fotodynamische therapie thuis in tien minuten.
Het heet Lumoral.
Je spoelt je mond met de Lumorinse-spoeling. Daarin zit een licht-gevoelig molecuul dat zich aan de bacteriën in de biofilm hecht: onder de tandvleesrand, waar tandenborstel, floss en mondspoeling fysiek niet bij komen. Het mondstuk klik je in je mond en dat geeft tien minuten lang blauw (405 nm) en rood (810 nm) licht af. Het licht activeert het molecuul, en dat valt de bacteriën aan op de plek waar ze zitten.
Tien minuten. Op de bank, terwijl je een aflevering kijkt. Het apparaat doet het werk.
In HOPE-CP werden 200 patiënten met parodontitis stadium I tot III willekeurig verdeeld in twee groepen. Exact dezelfde diagnose als jij waarschijnlijk net hebt gekregen. De ene helft kreeg de standaardzorg: professionele reiniging, sonische tandenborstel, instructies. De andere helft kreeg dezelfde zorg plús dagelijks Lumoral thuis.
Na zes maanden:
- Twee keer zoveel patiënten in de Lumoral-groep bereikten klinisch gezond tandvlees (BOP onder de 10%, de Europese definitie van gezond): 51% versus 23%.
- Anderhalf keer zoveel patiënten haalden goede tandplakcontrole (tandplakindex onder 10%): 63% versus 38%.
- 85% van de Lumoral-gebruikers gebruikte het na zes maanden nog dagelijks. Dat is een ander cijfer dan wat ik bij flossen zie.
Gepubliceerd in de Journal of Periodontology, peer-reviewed door de American Academy of Periodontology (DOI: 10.1002/jper.70082).
Veelgestelde vragen
Wat het kost
Lumoral kost €249. Eenmalig. Je betaalt het apparaat één keer en dat is het.
Vergeleken met het rijtje uit de vorige sectie:
- €249 · Lumoral
- €1.600 · begintraject
- €115–€200 · nazorg per kwartaal
- €2.100 · implantaat per tand
- €3.461,97 · Max in zijn duurste jaar
Lumoral is de kleinste post in deze hele lijst.
30 dagen om het te ervaren
Werkt het niet voor jou? Dan stuur je het binnen 30 dagen terug. Je krijgt je geld terug, minus de verzendkosten van de retour. In de praktijk vraag ik mijn patiënten meestal om het zes weken consequent te proberen voordat ze oordelen. Bij de meesten zien we binnen die periode al verschil in de bloedingsindex.
— Sanne de Vries, mondhygiëniste